Abrolhos

maart 2016

Op 8 maart 2016 gooiden we in Salvador de trossen weer los.

 

We hebben er een maand in de snikhete en rumoerige stads Marina gelegen, het carnaval over ons heen laten denderen, Bas is een paar weken ziek geweest en we hebben de neus van de Red Max laten overtrekken met RVS, waarop de losgescheurde anker rol werd vastgelast.

 

Nu zeilen we met een prettige wind op de neus de Bahia de Salvador uit voor een tocht van 300 mijl naar de Ilhas de Abrolhos, een natuurreservaat. Het is mooi weer en ik doezel in het dekhuis in slaap.

“Bas! Brand!”, hoor ik Monique ineens schreeuwen.

Ik schiet omhoog en ruik inderdaad een brandlucht. Ik check onmiddellijk de machinekamer. Niets te zien of te ruiken,  maar buiten in de kuip hangt toch echt een brandlucht! Als ik een achterluik opentrek, komt daar een rookwolk uit. Het eerste dat in me opkomt, is dat de electra pomp van de autopilot in de fik staat, maar die staat rustig te draaien en verder is er geen rook meer te zien!

Tijdens de lekkere voorbereide nasimaaltijd samen in het donker in de kuip, bedenk ik dat het kortsluiting in een bedieningsknop van de grootschootlier moet zijn geweest en ja hoor, die werkt niet meer.

 

Na een schitterende nacht vol sterren en een wassende maan zeilen we de volgende dag langs de Braziliaanse kust verder naar het zuiden. De wind laat het steeds meer afweten, maar dan als we plotseling gepakt worden door een squal met regen en veel wind worden we even platgeslagen, voordat we het grootzeil konden vieren. Tegen de avond laat de wind het helemaal afweten en laten we het knallende grootzeil zakken.

Alleen onder voorzeil zwalken we rustig verder, we hebben geen haast.

Boekie lezen, lekker eten en drinken en af en toe een buitje verdragen, zo zeilen we de volgende sterren nacht in, onder begeleiding van dolfijnen.

 

De nacht is rommelig met variabele winden en ook vissers met kilometers lange drijfnetten jagen ons soms op en maakt het wachtlopen vermoeiend. In de verte zien we de vuurtoren van Abrolhos lang voordat het licht wordt.

 

Monique wrijft haar ogen open als we er bijna zijn en slaakt een kreet van verrukking, zo mooi is het hier. We kunnen aan de enige ton vastmaken en gaan dan eerst in de kuip bijkomen en de schitterende omgeving bewonderen.

Al snel komt er een rubberboot met 2 jonge mannen van de marine en 2 vrouwen van het onderzoekcentrum langszij. We nodigen hen aan boord en krijgen een in het Engels opgesteld lijstje te lezen wat hier allemaal niet mag. Niets dus, behalve snorkelen.

Maar één van de mooie vrouwen, Marina, laat ons de volgende dag het eiland zien waarop de bruine en witte Jan van Genten broeden en er is een witte vogel met net zo’n lange staart als we op de Bermuda’s hebben zien vliegen.

We snorkelen in het azuur blauwe water met alle mogelijke mooie tropische vissen. Monique ziet zelfs een gevaarlijke pijlstaartrog met zijn grote ogen uit het zand steken!

 

We beleven drie heerlijke mooie dagen en nachten op de Abrolhos.