SURINAME
oktober 2022

Domburg


We liggen aan een boei op de donkerbruine Suriname rivier waarop de boot bij ieder getij met de stroom mee draait. Suriname is een erg warm gezellig en relax land. 
Hier op de jachtclub is het vaak erg gezellig met vooral veel inwonende Nederlanders, die hier regelmatig samenkomen om lekker te kletsen. Vooral op zondag wordt er door de lokale jeugd keiharde muziek gedraaid op hun pleintje aan de waterkant.

Het was voor ons even wennen als we overal het Surinaams Nederlands horen praten door donkere of licht gekleurde mensen van klein tot groot, Hindoestaans, Javaans, Islamitisch en de Marrons, de donkere afstammelingen van de oorspronkelijke slaven.
 

St. Laurent-du-Maroni (Frans Guyana)

 

Intussen zijn we met een huurauto naar Albina aan de Marino rivier gereden, een chaotisch stadje, waar tegen het strand honderden lange houten zogenaamde ferries met buitenboord motoren liggen.
Ook wij stappen in en laten ons over de brede donkerbruine rivier naar de overkant varen.
We komen aan in St-Laurent-du-Maroni, het koloniale Franse stadje uit de vorige eeuw met typische oude Franse houten huizen en gebouwen. Vele in verval, maar daardoor niet perse minder mooi - St-Laurent is dan ook een veelgebruikte setting voor filmopnames.

Ooit is vroeger de ten onrechte als moordenaar veroordeelde “Papillon” hier naartoe verbannen en werd opgesloten in de Strafgevangenis van St-Laurent, waar wij nu in werden rondgeleid en zelf cel no. 47 konden zien waar hij werd opgesloten soms met een voet vastgeklonken aan een stang met nog 20 andere gevangenen of opgesloten in een piep kleine hete cel op een houten plank.
Gelukkig heeft hij weten te ontsnappen om bij een Indiaanse stam te gaan wonen, maar dan daarna is hij toch weer werd opgepakt! Er is een interessant boek over te lezen, onder de naam Papillon.
Wij hebben na een indrukwekkende rondleiding door het strafkamp in ieder geval heerlijk op zijn Frans geluncht in Brasserie Le Toucan. Hoe lekker was dat!

 

PARAMARIBO

 

De volgende dag rijden we weer over een weg vol kuilen en drempels in de file naar Paramaribo, gaan de 40 meter hoge brug over om naar fort Nieuw Amsterdam te rijden op de splitsing met de Commewijne rivier en zien de kanonnen nog staan waarmee eventuele indringers vanaf zee konden worden beschoten. Maar wij hebben daar lekker onze koffie uit de thermoskan gedronken. 
Daarna hebben we Fort Zeelandia in de stad weer bezocht en ook daar heerlijk aan de rivier geluncht, nadat we in het fort het Suriname museum hadden bezocht. In een borstwering hebben we de gaten nog gezien zijn waar in de tachtiger jaren 15 mensen zijn gefusilleerd, die het niet eens waren met het regiem van Bouterse misschien?

Op zondagen rijden we op onze fietsen naar het resort Waterland, waar je heerlijk aan de rivier onder donkere bomen de beste cappuccino van Suriname kan drinken.
Als we nog eens een auto huren rijden we naar het dorp Groningen, waar in de negentiende eeuw zo’n 200 Nederlandse boeren naartoe waren gelokt met het vooruitzicht van veel vruchtbare gratis grond. Bijna al deze mensen zijn aan ontberingen en tropische ziekten ten onder gegaan, alleen de Javanen en de Indiërs waren bestand tegen de tropische hitte op het land.  

Ten noorden van Paramaribo ligt “De weg naar Zee” een Hindoestaanse heilig plek aan zee waar we ons vergapen aan alle felgekleurde Hindoe beelden in diverse tempels.
We lunchen in de buurt op een hoek van de straat. Als we vragen waar al die auto’s en begrafenis wagens naartoe rijden die daar de hoek omgaan, vertelt onze caféhouder laconiek dat ze naar het crematorium rijden waar volgens Hindoestaans gebruik de doden nog openlijk in houten brandstapels worden verbrand!
Wij na de nasi ernaartoe natuurlijk en verbazen ons over de grote brandstapels, waarbij de omstanders in wit- of zwartgekleed afscheid nemen en enkele mannen met camera’s vlak bij de vuren goed konden filmen hoe hun doden in as opgingen.

Monique vind het nu wel welletjes en vliegt naar Nederland voor 3 weken op en neer om bij het afstudeerfeest van haar zoon Joell in Delft te kunnen zijn. Ik, Bas dus, houd het schip intussen  drijvende.

© Red Max photography    |    Red Max webdesign    |     RedMax@live.nl