Islas Juan Fernandez

Robinson Crusoe Island

mei 2017

Expeditie Robinson...

 

 

Met een heerlijk zonnetje zijn we de rivier bij Valdivia afgevaren; een mooi afscheid van het vaste land van Zuid-Amerika. We hebben 450 mijl voor de boeg en voor het eerst sinds lang varen we nu echt weg van de kust.

De Red Max is nog nooit zo zwaar beladen geweest; we hebben, behalve ruim 600 liter diesel, ook voor zeker 15 weken eten, drinken en water aan boord. Na een rustige eerste dag met wat motoren, pikken we ineens een goede wind op en samen met onze vrolijke Vlaamse vriend Frank zien we de derde dag de ruige contouren van een roodbruin eiland opdoemen: Isla Robinson Crusoe.

Eenmaal in de Bahia Cumberland willen we ons anker laten vallen, maar de beroemde ‘Wet van Murphy’ zorgt ervoor dat er meerdere dingen achtereenvolgens misgaan en het gevolg is dat ons anker samen met de ketting naar 45 m diepte verdwijnt. Shit!

Gelukkig kunnen we de Armada verwittigen, krijgen hulp en hangen dan uiteindelijk tussen boei en pier.

“Bienvenidos a Isla Robinson Crusoe, Aventura Inolvidable” lezen we op het bord zodra we aan wal stappen. Dat kun je wel zeggen ja, het avontuur heeft alvast een voorsprong op ons genomen zeker? In ieder geval, Bahia Cumberland is prachtig en het dorpje San Juan Bautista met zijn kleurige huizen en modderige straten, wordt omzoomd door imposante groene vulkanische bergen. Vissers staan op de pier te vissen met uitsluitend een draadje en een haak en halen zo de meest prachtige grote vissen binnen. Het water is hier zo helder dat je bijna kunt zien dat de vis in het aas hapt.

Helaas is het seizoen van de beroemde lobster van Juan Fernandez voorbij, maar we krijgen wel nog de kans om te genieten van een heerlijk bereide King’s Crab.

 

Isla Robinson Crusoe heette oorspronkelijk Isla Mas a Tierra, dat eenvoudig gezegd betekent: ‘het eiland het dichtst bij het vaste land, bij Chili dus. Het beroemde jongensboek Robinson Crusoe van Daniel Defoe heeft de Chileense regering doen besluiten de naam te veranderen om zo wat meer toeristen naar het desolate eiland te lokken. Hetzelfde gebeurde met een naastgelegen eiland, dat is vernoemd naar Alexander Selkirk, de koppige Schotse zeeman en hoofdpersoon in het boek, die voortdurend ruzie had met zijn kapitein en met zijn heethoofdigheid riep dat hij van boord wilde. Uiteindelijk zette de kapitein hem in 1704 op het dichtstbijzijnde eiland af en terwijl Selkirk vastberaden op het strand bleef staan, roeiden zijn scheepsmaten terug naar het schip. Even later wierp hij zich in de oceaan en schreeuwde dat hij van gedachten was veranderd. “Ik niet!” galmde de kapitein terug en liet hem achter.

In totaal verbleef Selkirk vier jaar en vier maanden op het onbewoonde eiland. Hij leefde van vruchten en wilde geiten die hij met een mes doodstak. Iedere dag stond hij de horizon af te turen naar schepen. Uiteindelijk, na 52 maanden eenzame opsluiting, zag hij dat het Engelse schip Duke and Duchess zijn anker in de baai liet vallen. In eerste instantie werd hij, gehuld in geitenvellen, niet geloofd maar plotseling herkende een bemanningslid Selkirk en bevestigde het verhaal. Dit verblijf van Selkirk is de bron van inspiratie geweest voor het boek van Defoe.

 

Natuurlijk vinden wij het een prachtig verhaal, maar voelen geen enkele behoefte om net als Selkirk hier te moeten blijven en dus gaan we op zoek naar duikers met de hoop ons anker en vooral de ketting te kunnen redden voor ons vervolgtraject op de South Pacific.

 

We komen al snel terecht bij Marcello, German en Gloria. Alle drie ervaren duikers, maar 45 m diepte… dat is nog niet zo eenvoudig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Toch willen ze een poging wagen om ons te helpen. De eerstvolgende dag gaan we er met de boot van German op uit, maar helaas zonder resultaat. Misschien niet de goede plek? De dag erna zijn er andere afspraken en krijgen wij de kans wat van het eiland te genieten. Een groot deel van Robinson Crusoe-eiland is nationaal park en gekend vanwege de grote hoeveelheid unieke planten en bomen. Heel bijzonder, en ook de commune-achtige sfeer die we ervaren bij de eilandbewoners. Een heel gemotiveerde, kleine gemeenschap die het helemaal met elkaar weet te rooien zo hier in de SouthAtlantic.

De derde dag staan onze duikers weer voor ons klaar en dit keer varen we met de Red Max naar de plek die volgens ons de juiste is. Na een klein uur horen we het bericht waar we zo naar verlangden: “We found it!”

Halleluja, we zijn gered en kunnen onze reis vervolgen. Wat een geluk! Nog een dag van verdere voorbereiding en natuurlijk nog nababbelen met onze duikvrienden en dan gaan we, dolgelukkig met ons anker en ketting aan boord, op naar Paaseiland. Misschien weer op naar nieuwe avonturen met de ‘langoren’ aldaar?