Paaseiland

Rapa Nui

mei 2017

Geschiedenis vol legenden en mysteries

 

Iets later in het seizoen dan de Nederlandse Jacob Roggeveen, die er in 1722 als eerste westerling met zijn scheepsbemanning op Paaszondag (vandaar de naam Paaseiland) aankwam, zijn wij na 10 dagen en zo’n 1800 zeemijlen in vliegende vaart aangekomen op Rapa Nui, zoals de eilandbewoners Paaseiland zelf noemen.

 

Toen Jacob Roggeveen voet aan wal zette, stond er nergens meer een boom overeind en leed de bevolking ernstige honger. De bomen van weleer waren alle gebruikt voor het maken van kano’s, als brandhout en voor het vervoer van de grote standbeelden, de ‘Moai’.

In de jaren na Roggeveens ‘ontdekking’ brak een vermoedelijke strijd uit tussen verschillende stammen op het eiland, bekend geworden als de strijd tussen de Lang-Oren en de Kort-Oren.

Lang-Oren slaat op de traditionele Paaseilanders, die oordeformatie toepasten door de oorlellen steeds verder uit te rekken. De Kort-Oren waren mogelijk Maori’s uit Nieuw-Zeeland. Bij deze strijd brak een beeldenstorm uit, waarbij alle beelden omver werden getrokken en soms zwaar beschadigd.

 

Van de 887 moai zijn er in de afgelopen decennia ruim 30 weer overeind gezet.

 

 

 

We gaan er op uit

 

Eenvoudiger gezegd dan gedaan. We kunnen hier alleen voor anker en de windrichting kan heel snel veranderen, waardoor we steeds mogelijk naar een andere beschutte plek moeten verkassen. Maar we hebben geluk, de armada informeert ons dat het de eerstkomende drie dagen constant vanuit het noordoosten blijft waaien, dus kunnen we er toch gezamenlijk op uit.

Het water is ongelooflijk helder en voor we vertrekken controleren we met snorkel en zwemvliezen de ligging van ons anker nog eens. Die ligt er super goed bij en we hebben er alle vertrouwen in. Met ons drietjes huren we een auto en gaan op weg, het is een heerlijk zonnige dag. Wat een geluk!

Allereerst gaan we naar Rano Kau, een prachtige krater met water en groen erin. Dan verder langs de kustweg naar de vulkaan Rano Raraku, waar de beelden werden uitgehouwen. Hier zijn de meeste moai’s te vinden. Bij Tongariki staan ze keurig opgesteld op een rijtje, allemaal met hun rug naar zee. Dan volgt Anakena Beach, waar we de dag afsluiten met een drankje in een van de gezellige strand tentjes daar. Het is nog altijd onwerkelijk om nu echt deze moai’s in het echt te hebben gezien. Zijn we dan echt, echt op Paaseiland ?!? Ja, het is echt. We voelen ons allemaal bijzonder bevoorrecht om dit te mogen meemaken. En vooral omdat we hier niet per vliegtuig maar met een zeilschip zijn terecht gekomen.

 

 

Afscheid 'met losse eindjes'

 

Dat we ongelooflijke bofkonten waren met drie dagen relaxed kunnen ankeren bij Paaseiland, omgeven door 3000 km water en zonder beschutte baai, werd ons nog eens extra duidelijk gemaakt aan het eind van deze week.

 

Frank had de laatste dag van zijn verblijf een snorkeltrip geboekt. Wij waren in town bezig met het bijwerken van de website en het regelen van de reparatie van de motor van onze dinghy. Plots begon het nogal te waaien en we besloten snel terug te gaan naar het haventje. Gelukkig was de reparatie van de dinghy-motor net precies klaar.

Echter, door de harde wind was de branding in de richting van de haven enorm toegenomen en het zag ernaar uit dat we hier met onze dinghy niet veilig doorheen zouden kunnen geraken. Onze reparatieman bood aan ons met zijn visserssloep naar de Red Max te brengen, met de dinghy erachter vastgebonden. Een spannend tochtje, maar het lukte allemaal. Snel haalden we het anker op, dat gelukkig niet achter een rots of rif bleef hangen. Samen met de Milo One (een Franse catamaran die ook was aangekomen) moesten we verhuizen naar de andere kant van het eiland. Een paar uur later lagen we daar. Weliswaar in een flinke deining, maar wel in de luwte van het eiland. Alleen…... Frank was niet aan boord. Via de Armada kregen we aan het eind van de middag bericht van Frank dat hij een hotel had gevonden.

 

 

Dan de volgende dag moest hij naar huis vliegen! Opeens zagen we hem op de kant bij een kleine pier staan. Snel graaiden we zijn spullen in zijn koffer en lukte het Bas om met de dinghy bij hem te komen. Tassen op de kant en bye bye Frank. Goede reis naar huis!

Het was een vreemd afscheid nemen, zo aan het eind van een paar fantastische zeilweken met elkaar. Maar afin, Frank kon zijn vlucht halen en via Santiago terug naar huis reizen.

 

Die nacht werd het met de deining steeds erger en de voorspelling was ook nog eens dat de wind naar het zuiden zou draaien en dan zouden we gevaarlijk aan lager wal komen te liggen. We hielden die nacht anchor watch en gelukkig was het pas tegen de ochtend dat de wind begon te draaien en in kracht toenam. Snel anker op, na een paar enorme schokken, die door merg en ziel sneden. Eenmaal boven, bleek dat de sluiting van het anker aan de ketting door de enorme deining was kromgebogen en gebroken! Godzijdank had Bas er ooit een kevlar borglijntje doorheen gevlochten, voor het geval dat… 

 

We besloten dan maar snel te vertrekken. We meldden ons af bij de Armada en kregen te horen dat de ‘harbour was closed’. Het zou niet meer mogelijk zijn nog groente en fruit in te slaan, zoals we van plan waren. De komende dagen zag het weer er al niet beter uit, dus we vroegen om toestemming om te vertrekken. Dat moest eerst bij de superieuren gecheckt worden. Vanmiddag om 14 uur wist hij meer. ‘Uhh, we willen nu vertrekken en niet vanmiddag! Ankeren ging nu even niet meer en we wisten van andere boten dat die ook op deze wijze met permissie Chili hadden verlaten. We besloten dan maar te gaan, vooral in het belang van onze eigen veiligheid.

Plots kregen we een oproep van ‘een Chilean pilot navy vessel’: RedMax return, RedMax return now! Maar RedMax had al lekker de gang erin en we bevonden ons al bijna bij de 12 mijls zone. Als Bonnie en Clyde scheurden we richting Pitcairn, bye bye Chili.

 

De Chileense armada is ons overigens overal zeer hartelijk en professioneel van dienst geweest. In dat opzicht was dit vertrek niet passend en zeker ook niet onze bedoeling.

 

Chili, onvergetelijk land waar we begonnen met het ruige Kaap Hoorn en eindigden met historisch, mytisch Paaseiland en daartussen ruig en desolaat Patagonia. Nooit, nooit zullen we onze belevenissen hier vergeten. Onuitwisbaar dragen we de plaatjes voor altijd mee in ons hart.

 

Dankbaar nemen we afscheid van een onvoorstelbaar mooie periode.